Aan de ketting

image
De man aait Kitty glimlachend over haar hand en geeft haar een stukje mandarijn. Zelf pakt hij ook een stukje. Als spiegelbeelden bewegen Kitty en de man het mandarijntje in slowmotion naar hun mond.
De man glimlacht naar de vrouw bij het raam.
“Dat is een lieve vrouw, toch?” vraagt Kitty hem en de man knikt.
“Ik ben al zesentachtig,” zegt de vrouw.
“Maar je hebt bijna geen rimpels!” zegt Kitty verbaasd, “hoe kan dat nou?”
“Die liggen in de wasbak,” zegt de vrouw. “Daar laat ik ze elke ochtend.”
“Zesentachtig,” verzucht Kitty, “dan heb je veel tijd gehad om te groeien. Ben je wel eens tot het plafond gekomen?”
“Was het maar waar,” zegt de vrouw, “ik heb maar korte benen. Maar dan zou ik goed kunnen vechten en schoppen!”
“Maar alleen als je boos bent,” zegt Kitty.
“Ik ben nooit boos,” zegt de vrouw.
Een andere vrouw komt binnen.
“Ik ga daar zitten,” wijst ze naar een lege hoek, “dat deel is voor vrouwen.”
Kitty komt bij haar en de vrouw pakt Kitty’s hand. Ze wijst met haar andere hand naar het schot voor de keuken dat vol hangt met kerstversiering.
“Die kerk daar,” zegt de vrouw, “die wilden die apen stelen. Maar dat kon niet want hij zat aan een ketting.”
“Wat hangt daar nog meer?” vraagt Kitty.
“Daar hangen de beesten die ze gevangen hebben. Als ze dood zijn hangen ze die op.”
De man staart wat afwezig voor zich uit. Kitty pakt een bal en doet alsof ze naar hem gooit. Hij lacht en knikt. Kitty gooit, maar de bal stuitert via zijn knie op zijn schoen en rolt de hele kamer door de gang op.
“Ophalen!” roept de man streng.
Kitty kijkt verschrikt naar de vrouw bij het raam. Ze zit te lachen en knikt. Kitty sjokt naar de bal.
“En terugbrengen!” roept de man resoluut.
Kitty brengt de bal braaf terug en de man knikt tevreden.

Bladwijzer de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *