Bij het raam


De man staat bij het raam. Kitty loopt naar hem toe.
“Daar ben je!” zegt Kitty. “Ik heb je gevonden!”
De man kijkt om. “Zijn er gewonden?”
“Nee hoor,” zegt Kitty. “Ik zocht je en je bent hier.”
“Ben je hier?” vraagt de man. “En is dat goed?”
“Heel goed, we zijn samen hier,” zegt Kitty. “Kijk je naar de auto’s?”
“Het zijn er een heleboel,” zegt de man. “Die daar gaat véél te hard.”
“Ik hoop dat die zijn veiligheidshelm draagt,” zegt Kitty.
“Een heiligheids-helm ja,” zegt de man.
Kitty zet muziek aan. De man veert op de maat op en neer. Kitty gaat naast de man staan en doet dat ook.
“Ja joh! Doe maar gek,” zegt de man.
“Ik dans,” zegt Kitty. “En jij toch ook?”
“Dit? Dit gaat vanzelf,” zegt de man.
Kitty gaat de kamer in waar een man ‘hoe hoe’ aan het roepen is. Hij zit bij het raam.
Kitty hurkt naast hem en begint te blaffen. De man kijkt Kitty aan en lacht. Met z’n hand aait hij Kitty over haar wang. Dan kijkt hij weer door het raam en wijst.
“Wat is dat?” vraagt hij.
“Het is een boom,” zegt Kitty.
“Een boom. Een boom. Twee bomen,” zegt de man. “Daar zit mijn nichtje in.”
“Zo hoog?” zegt Kitty. “Durf jij dat ook?”
“Ja hoor!” zegt de man.
Bij het afscheid kietelt Kitty de nek van de man.
“Kriebelen!” roept hij vrolijk.

Bladwijzer de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *