In vroeger


Er komt pianomuziek uit een kamer. En daarna een man.
“O, een man!” zegt Kitty.
“Dat zie je alleen zonder broek,” zegt de man.
“Ik hoor het aan je stem,” zegt Kitty.
“Ja, je bent wel pienter,” zegt de man.
“En jij, ben je muzikant?”
“Nee, arts. Ik werkte in het hele land,” vertelt de man. “Ook vlakbij Den Helder. Daar hielp ik bij een bevalling. In dat plaatsje heet iedereen Poons. En ik heet óók Poons. Dus daar paste ik goed bij.”
“Dan ben je vast beroemd geworden,” zegt Kitty bewonderend.
“Dat denk ik niet,” zegt de man. “Maar ik heb wel beroemde artsen opgeleid.” De man noemt een aantal namen. “En Hitler.”
“Heb je Hitler opgeleid?” vraagt Kitty verbaasd.
“Hitler, uit Duitsland. Dat was een heel moeilijke man.”
“Ja die vinden de mensen akelig,” zegt Kitty. “Net als mijn neus.”
“Die? Daar zit toch een neus onder?”
“Nee, want ik ben een clown,” zegt Kitty.
“Oh, dan ben je zo geboren,” snapt de man.
“Tot ziens,” zegt Kitty. “Ik ga verder.”
“Ja ik ga ook,” zegt de man. “Ik moet hier helemaal niet zijn.”
In de woonkamer zit een vrouw. “Ben je er ook weer?”
“Ja en jij bent er ook weer,” zegt Kitty.
“Ik kan niet stilzitten,” zegt de vrouw. “Dus ik doe hier vakantiewerk. Voor vier dagen in de week.”
“Wat zullen ze hier blij met je zijn,” zegt Kitty. “Wat doe je allemaal?”
“Ik hou het hier netjes. En jij, ga jij nog naar iemand anders?”
“Ja, dáár,” wijst Kitty.
“Ga je dan het blonde meisje lesgeven?” vraagt ze.
“Nee, die andere, de krullenbol,” zegt Kitty.
“Nou veel succes dan!” roept de vrouw.

Bladwijzer de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *