Knap


De man zit alleen op zijn kamer en spert de ogen wijd open. Kitty geeft hem een hand.
“Hoe heet u?” vraagt Kitty.
“Sint Nicolaas,” zegt de man.
“Dan kun je vast heel laag zingen,” zegt Kitty. “Ken je het groene dal?”
“Nee,” zegt de man.
Kitty zingt het voor hem. Daarna zingt de man het lied.
“Dat lied is heel oud,” zegt Kitty.
“Ik ben ook oud,” zegt de man. “Achtenzestig. Honderdachtenzestig.”
“Is je vrouw ook zo oud?”
“Nee, veel jonger. Ze is honderdzeventig.”
“En is ze net zo knap als jij?”
“Véél knapper!” zegt de man. Dan komt zijn vrouw binnen. De man lacht naar haar.
Hij stelt Kitty aan haar voor: “daar is sneeuwwitje.”
Dan zingt hij het groene dal voor zijn vrouw.
In de woonkamer zit een vrouw voor zich uit te kijken. Kitty pakt de hand van de vrouw.
“Aaaw, wat ben je mooi!” zegt de vrouw. “Wat ben ik blij dat je bij mij komt. Ik ben bang. Waar moet ik straks heen? Straks gooien ze me in de goot.”
“Jou niet!” zegt Kitty. “Je bent heel mooi!”
De vrouw haalt diep adem. “Echt? Ben ik mooi?”
“En lief,” zegt Kitty. “En je hand is lekker zacht.”
De vrouw haalt nog eens diep adem. “Ik zou iets terug willen doen,” zegt ze.
“Dat kan,” zegt Kitty. “Je kan voor ons zingen.”
“Kan ik dat? Laten we dat doen.”
Kitty en de vrouw zingen samen en na afloop klappen andere bewoners.
“Kijk, ze vonden het mooi,” zegt Kitty.
De vrouw glimlacht tevreden.

Bladwijzer de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *