Op reis


Twee vrouwen zitten op de bank. Kitty gaat ernaast zitten.
“Mooi!” zegt de vrouw naast Kitty. “Ik ken jou!”
“Ik ken je niet,” zegt de andere vrouw. Kitty stelt zich aan haar voor.
“Dat zegt me niks,” zegt de vrouw.
“Dat is niet erg,” zegt Kitty, “want het betekent niks.”
De vrouw zakt gerustgesteld weer achterover.
“Waar gaan we heen?” vraagt Kitty.
“Dat weet ik niet,” zegt de vrouw naast Kitty. “Mijn vader is er niet.”
“Dan gaan we: vóóruit!” zegt Kitty.
“Ja,” zegt de vrouw. “We gaan altijd vooruit.”
“Wie gaat er sturen?” vraagt Kitty.
“De zuster heeft het stuur,” zegt de vrouw naast Kitty. “En toeteren!”
Kitty knijpt in haar neus en roept: “toet toet toet!”
De vrouw lacht. “Rooie rooie! Dat vind je leuk hè?”
Kitty lacht ook. Dan kijkt de vrouw haar onzeker aan.
“Het was niet verkeerd bedoeld hoor,” zegt ze.
“Mooi,” zegt Kitty, “dan kunnen wij gaan zingen.”
Na het liedje buigt de andere vrouw weer naar voren. “Die vrouw zingt de woorden verkeerd,” zegt ze.
“Het was wel mooi, met ons drietjes,” zegt Kitty.
“Ik ben Fries,” protesteert de vrouw.
“Jo binne in kreas frommes,” zegt Kitty.
De vrouw kijkt Kitty met open mond aan.
“Dat moet je nóóit kwijtraken,” zegt ze.

Bladwijzer de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *