Ver


De man schraapt met zijn lepel over zijn lege bord.
“Mag ik hier zitten?” vraagt Kitty en wijst op de lege stoel naast hem.
“Probeer maar of ‘ie past,” zegt de man.
Kitty gaat voorzichtig zitten. “Deze past goed,” zegt Kitty. “En die van jou?”
“Past precies,” zegt de man.
Kitty legt het konijn op zijn tafel en pakt een bal.
“Kijk!” zegt Kitty, en laat de bal van de neus van het konijn afrollen.
“Het is een gele,” zegt de man. “Hij staat stil.”
“Gelukkig wel,” zegt Kitty. “Hij is niet ver gekomen.”
“Dan heb je wel geluk,” zegt de man.
De vrouw zit voor het raam met een verbeten gezicht. Haar handen zijn om de armleuningen geklemd. Kitty kijkt haar vriendelijk aan en kijkt dan ook door het raam. Ze vertelt de vrouw wat daar te zien is. De vrouw legt de handen op schoot.
“Ik wil je een hand geven, mag dat?” vraagt Kitty.
“Tuurlijk,” zegt de vrouw.
Kitty pakt haar hand en begroet haar uitgebreid.
“Ga je?” vraagt de vrouw dan.
“Straks,” zegt Kitty. “Naar school. In Leeuwarden!”
“Zou ik niet doen!” zegt de vrouw.
“Dan ga ik naar Afrika!” zegt Kitty.
“Vlie vlie vlie!” zegt de vrouw.
“Op de fiets wordt dat niets,” zegt Kitty.
“Ver hè,” zegt de vrouw.
“Na het vliegen ga ik verder op een olifant,” vertelt Kitty.
“Dat is maar een klein stukje,” zegt de vrouw.
“Ja. Alleen… ik weet niet zeker of ik dat allemaal durf,” zegt Kitty.
De vrouw kijkt Kitty indringend aan. “Doen!” zegt ze dan.
Kitty geeft haar een knuffel.
“Oooooh lief,” zegt de vrouw.

Bladwijzer de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *