Zie mij


De vrouw loopt met Kitty haar kamer uit.
“Maar was dat míjn kamer? Ik denk dat het de kamer van mijn zusje is. Maar wel mijn tafelkleed… nee, mijn man is er niet. Dus dat is mijn kamer niet.”
“Jij bent ook te deftig voor die kamer,” zegt Kitty.
“Ja nou!” zegt de vrouw en haar ogen twinkelen. In de woonkamer vindt de vrouw een plekje om te zitten. Kitty zwaait naar een man die er ook bij komt. De man loopt naar Kitty toe.
“Ik ben verdrietig!” zegt hij boos. “Maar dat begrijp jij niet!”
“Och nee, wat is er gebeurd?” vraagt Kitty.
De man gaat naast haar zitten. “Mijn dochter is de hele dag al weg.”
“Komt ze misschien vanavond pas?” vraagt Kitty. “Dat duurt dan zo lang…”
“Ik weet niet wat er aan de hand is,” zegt hij. “Geen bericht is goed bericht zegt men. Maar ik wil haar zíen!”
“Ik denk dat een lied het wachten makkelijker maakt,” zegt Kitty.
De man zingt mee uit volle borst en met veel gevoel.
“Het gaat steeds beter. Je krijgt les hè?”
De man knikt trots.
“Tot gauw maar weer,” zegt Kitty.
“Moet je zeker doen,” zegt de man.
Elders staat een vrouw, in tranen. Ze heeft haar zoon aan de telefoon. Kitty slaat een arm om de vrouw heen. De vrouw beëindigt het onbevredigende gesprek.
“Daar heb ik dus niks aan,” zegt ze. De vrouw geeft de hoorn aan Kitty. “Ik wil niet bellen, ik wil hem zíen!”
“Weg ermee,” zegt Kitty en gooit de hoorn in de wasmand. De vrouw grinnikt door haar tranen en loopt met Kitty naar haar stoel.
“Zal ik je kriebelen?” vraagt Kitty. De vrouw knikt.
Kitty kriebelt haar schouders en rug. “Je lijkt wel een poes!”
“Maar ik ben dol op poezen!” zegt de vrouw. “Ik wordt al slaperig.”
“Je ontspant,” zegt Kitty.
“Ja,” zegt de vrouw. “Dat komt omdat ik even aandacht krijg,”.

Bladwijzer de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *